Romeins recht

Voor Romeins recht bestaan er verschillende goede sites. Ook daarom blijft de informatie hier beknopt. Aan de orde komen de geschiedenis van het Romeinse recht, de inhoud en opbouw ervan, de bronnen en literatuur, inclusief vertalingen, en tot slot verwijzingen naar sites met meer informatie.

Geschiedenis van het Romeinse recht

Het vroegste Romeinse recht is in nevelen gehuld. In de achtste eeuw voor Christus bestond Rome al, een stad waar Etrusken woonden. De eerste bekende bron van het Romeinse recht zijn de Twaalf Tafelen uit het midden van de vijfde eeuw, geschreven in vroeg Latijn. Rome werd na de koningstijd geregeerd door consuls en de senaat. Slechts weinigen hadden kennis van het recht eer de Twaalf Tafelen enige rechtszekerheid brachten. Leden van gegoede families, met name patriciërs en senatoren, gaven desgevraagd juridisch advies. De senaat stelde zelf of op voorstel van consuls wetten vast. Over de periode van de Late Republiek (2e en 1e eeuw v. C.) is meer bekend. De praetor gaf ieder jaar een edict uit waarin hij vaststelde hoe hij recht zou laten spreken. Ook de censoren hadden een juridische taak, het toezicht op de zeden. Uit de pleitredes en brieven van Cicero ontstaat een beeld van de rechtspraak. Kenners van het recht gingen boeken schrijven. Inmiddels was Rome allang van een stadstaat uitgegroeid tot een wereldrijk.

Het Romeinse theater te Orange

Het Romeinse theater te Orange met een standbeeld van keizer Augustus

In de Keizertijd kwamen er grote juristen op, die in dienst van de keizer stonden. Beroemde namen waren Ulpianus, Papinianus, Paulus en Julianus. Van de jurist Gaius is een inleidend leerboek, de Instituten, geheel overgeleverd. De brieven van gouverneur Plinius bieden een blik op rechtsvragen die hij aan de keizer voorlegde. Het edict van de praetor werd voorgoed vastgelegd. Keizer Theodosianus poogde met zijn Codex orde te scheppen in het recht. In de verwarring van het Laat-Romeinse Rijk deed keizer Justinianus begin zesde eeuw een poging om rechtseenheid te scheppen door keizerlijke decreten te laten verzamelen en op samenhang te schiften. Dit werd uitgewerkt in een nieuwe Codex. Later volgden nog Novellen, zijn eigen wetten. Bovendien liet hij een geordende bloemlezing uit de klassieke Romeinse juristen samenstellen, de Digesten. Voor het rechtsonderwijs schreef hij zijn eigen Instituten voor, die deels voortbouwen op het leerboek van Gaius. De Justiniaanse codificatie is de basis voor de nieuwe bestudering en bewerking van het Romeinse recht in de Middeleeuwen.

Het Romeins recht is eerst en vooral privaatrecht, recht van en tussen burgers. Daarnaast is in verhouding het staatsrecht en het volkerenrecht van minder belang. Het Romeins recht houdt zich bezig met de verhoudingen tussen personen, met hun rechtshandelingen, met de rechten die zij over goederen uitoefenen. Rechtspersonen waren vooral de vaders van families, die letterlijk pater familias waren. Over hun vrouwen, kinderen en slaven oefenden zij grote macht uit. Een belangrijk element was verder het procesrecht. Kende het oudere recht een overdaad aan strikt na te volgen procesformules, in een latere fase kon men verschillende acties instellen. Vaak was het dan de vraag welke actie precies. De partijen in een proces traden zelf op, terwijl de rechter pas aan het eind van een zaak in actie kwam. Er waren geen rechtbanken zoals nu. In grote staatsprocessen zoals Cicero die voerde, was de rol van de advocaat meer die van redenaar dan die van een advocaat in moderne zin.

Aan het Romeinse recht valt de gedetailleerde en toch beknopte wijze op waarmee men op problemen ingaat. Vele zaken bekijkt men aan de hand van een casus, een concreet geval, zie de voorbeelden. Men heeft het niet in abstracto over schade, maar over een wagen die iemand raakt op het Capitool (vergelijk D. 9.2.52.2). De casuïstiek is belangrijker dan een strikte systematiek, al heeft men later vaak geprobeerd om het Romeinse recht systematisch in te richten. De beroemde juristen schreven over verschillende juridische onderwerpen of over het edict van de praetor. Het erfrecht vormt de eigenlijke kern van het Romeinse recht. Familierecht, zaken- en goederenrecht, en het verbintenissenrecht zijn naast het procesrecht de andere grote deelgebieden. Het juridisch gehalte van het Romeinse recht is dusdanig dat het juristen in vele tijden en werelddelen diepgaand heeft beïnvloed. Ook kende men vanwege de Romeinse geschiedenis een groot prestige eraan toe.

De bronnen van het Romeinse recht

De tijd heeft veel oude bronnen verloren laten gaan. Geleerden spreken over bronnen voor Justinianus en over de bronnen die Justinianus heeft gecodificeerd. De Twaalf Tafelen zijn gereconstrueerd uit de werken van latere juristen. Op dezelfde manier is het praetorisch edict overgeleverd. In de Codex van Justinianus zijn de eerdere keizerlijke decreten bewerkt en geharmoniseerd. Tussen 2005 en 2010 is de Codex Justinianus in het Nederlands vertaald. Wel weten we dankzij de opschriften wie de decreten heeft uitgevaardigd. De Digesten of Pandekten zijn samengesteld uit een bronnenverzameling rond de grote klassieke juristen. Dankzij de opschriften bij iedere lex of wet is bekend uit welke juristen men heeft geselecteerd en welke werken zij schreven. De wetten zijn geordend per onderwerp, in tituli. De verschillende titels van de Digesten zijn geordend in 50 boeken, libri. In 2001 kwam een vijfdelige vertaling van de Digesten in het Nederlands gereed.

Justinianus – versie bij The Latin Library

  • Iustiniani Digestae, Theodor Mommsen en Paul Krueger (ed.) (Berlijn 1882; editio minor; vele herdrukken; online in het Internet Archive (5e dr., Berlijn 1888) ) – vertalingen: Digesten, J.E. Spruit, K.E.M. Bongenaar en R. Feenstra (ed.) (5 dln., Den Haag-Zutphen 1994-2001; Corpus Iuris Civilis. Tekst en vertaling, II-VI); The Digest of Justinian, Alan Watson (ed.) (4 dln., Philadelphia, Pa., 1985; ook alleen vertaling in twee delen (1997)); online: The Digest of Justinian, Charles Henry Monro en William Warwick Buckland (ed.) (2 dln., Cambridge, 1909): deel 1, deel 2 (Internet Archive)
  • Iustiniani Institutiones, Paul Krüger (ed.) (Berlijn 1872; editio stereotypa; online in het Internet Archive (5e dr., Berlijn 1888) ) – vertalingen o.a. Instituten, door J.E. Spruit, K.E.M. Bongenaar en R. Feenstra (Den Haag-Zutphen 1993; 2e dr., 2007); De Instituten van Iustinianus, door A.C. Oltmans (4e dr., Haarlem 1967); Justinian’s Institutes, P. Birks en G. McLeod (London 1987); enkele oudere Engelse vertalingen zijn online raadpleegbaar, die van T.C. Sandars (Chicago 1876); J.T. Abdy en Bryan Walker (Cambridge 1876), beide in het Internet Archive
  • Novellae, R. Schöll en G. Kroll (ed.) (Berlijn 1895 – online in het Internet Archive; 5e dr., 1928; herdruk 1954) – vertaling: Novellae, J.E. Spruit et alii (3 dln., Amsterdam 2011; Corpus Iuris Civilis. Tekst en vertaling, X-XII); Fred H. Blume, Introduction [and translation] of Justinian’s Novels (University of Wyoming)
  • Codex Iustinianus, Paul Krüger (ed.) (Berlijn 1877; editio stereotypa online in het Internet Archive (5e dr., Berlijn 1892)) – vertaling: Codex Iustinianus, J.E. Spruit., J.M.J. Chorus and L. de Ligt (3 dln., Amsterdam 2005-2010; Corpus Iuris Civilis. Tekst en vertaling, VII-IX); Fred H. Blume, The annotated Justinian Code, (University of Wyoming), herzien door Bruce Frier, The Codex of Justinian. A New Annotated Translation, with Parallel Latin and Greek Text (3 dln., Cambridge. etc., 2016)
  • Codex Theodosianus : Theodosiani libri XVI cum constitutionibus Sirmondianis, Th. Mommsen en P. Meyer (ed.) (Berlijn 1905; laatste herdruk 1971) – vertaling: The Theodosian Code…, Cl. Pharr (Princeton 1952); zie ook de online versie van boek 1-8 bij het Projet Volterra en in het Internet Archive, en verder de online versie te Lille van de editie door Jacques Godefroy (6 dln., Leipzig 1736-1745).
  • Gaius : Gaii Institutiones, G. Studemund en P. Krüger (ed.) (7e dr., Berlijn 1923) ; ook door M. David en H.L.W. Nelson (Leiden 1948) – vertalingen o.a. W.M. Gordon en O.F. Robinson, The Institutes of Gaius (Londen 1988); De Instituten van Gaius door A.C. Oltmans (3e dr., Haarlem 1967) en door J.E. Spruit en K.E.M. Bongenaar (Zutphen 1982); zie ook deze doorzoekbare versie bij Intratext.
  • praejustiniaanse rechtsbronnen: Fontes Iuris Romani anteiustiniani [FIRA] (3 dln., Florence 1940-1943; herdr. 1964-1968) – vertalingen met veel teksten uit FIRA in: Het erfdeel van de klassieke Romeinse juristen, J.E. Spruit en K.E.M. Bongenaar (4 dln., Zutphen 1982-1987).
  • Otto Lenel, Palingenesia iuris civilis I-II (Leipzig 1889) – herdruk 1961 met aanvullingen door L.E. Sierl; herdr. Rome 2000.
  • Otto Lenel, Das Edictum perpetuum. Ein Versuch seiner Wiederherstellung (3e ed., Leipzig 1927; herdr. Aalen 1956, 1974).

Heino Speer brengt op Corpus Iuris Civilis: Gliederung verschillende versies van het CIC, inclusief de 19e-eeuwse Duitse vertaling, en tevens concordanties voor de Digesten en de Codex, en bovendien een alfabetische lijst van initia. Het Repertorium utriusque iuris van Denis Muzerelle biedt een online overzicht van de indelingen van het Romeinse en middeleeuwse canonieke recht.

Allerlei Romeinse wetten en edicten zijn recent opnieuw kritisch uitgegeven:

  • Roman statutes, Michael H. Crawford (ed.) (2 dln., Londen 1996).
  • Die Gesetze der frühen römischen Republik. Text und Kommentar, Dieter Flasch (ed.) (Darmstadt 2004).

Online zijn er behalve de bronnen van het Justiniaanse recht ook verschillende andere beschikbaar:

Een soms als niet zo betrouwbaar beschouwde Engelse vertaling door Samuel P. Scott van onder andere de Twaalf Tafelen, Digesten, Codex, Novellen, de Instituten van Gaius en van Iustinianus kan men online raadplegen: The Civil Law, including the Twelve Tables… (17 dln., Cincinnati 1932). Meer over vertalingen valt te lezen in een bijdrage uit 2011 op mijn blog.

Amanuensis is een programma om op computers of smartphones Romeinsrechtelijke teksten te onderzoeken, gebaseerd op het corpus samengesteld door Josef Menner (Linz).; de interface biedt vele talen, inmiddels ook in het Nederlands.

De beroemde Codex Florentinus van de Digesten, een zesde-eeuws handschrift met een bewogen geschiedenis, komt aan de orde bij de ontwikkeling van het middeleeuwse recht.

Enige woordenboeken:

  • Oxford Latin Dictionary (Oxford 1968-1976) – met veel aandacht voor juridische termen.
  • Heumann, H.G., en E. Seckel, Handlexikon zu den Quellen des römischen Rechts (4e dr., Jena 1907; herdruk Graz 1971) – wie teksten echt wil lezen, houdt Heumann-Seckel bij de hand.
  • Ankum, J.A., en A.S. Hartkamp, Romeinsrechtelijk handwoordenboek (Zwolle 1973).
  • Pinkster, H. (red.), Woordenboek Latijn-Nederlands (Amsterdam 1998) – sinds enige tijd ook online raadpleegbaar.

Literatuur

Er vallen veel titels te noemen. Eerst enige boeken die niet alleen voor juristen zijn bedoeld:

  • Crook, J.A., Law and life in Rome (2e dr., Londen-Ithaca, N.Y., 1978) – zeer leesbaar.
  • Watson, Alan, The spirit of Roman law (Atlanta, Ga., 1995).
  • Bürge, Alfred, Römisches Privatrecht (Darmstadt 1999) – vanuit het procesrecht geschreven.

Sommige keuzes zijn traditioneel bepaald. Voor de “externe” geschiedenis:

  • Spruit, J.E., Bibliografie Romeins recht. Wegwijzer tot de bronnen, hulpmiddelen en literatuur (Zutphen 1988).
  • Spruit, J.E., Enchiridium. Overzicht van de geschiedenis van het Romeinse privaatrecht (3e dr., Deventer 1992).
  • Wieacker, Franz, Römische Rechtsgeschichte I. Einleitung, Quellenkunde. Frühzeit und Republik (München 1988).
  • Wenger, Leopold, Die Quellen des römischen Rechts (Wenen 1953).
  • Schulz, Fritz, History of Roman legal science (2e dr., Oxford 1953) – Duits: Geschichte der römischen Rechtswissenschaft (Weimar 1961; herdr. Leipzig 1975).
  • Jolowicz, H., en B. Nicholas, A historical introduction to the study of Roman law (3e dr., Cambridge, etc., 1972).
  • Liebs, Detlev, Die Jurisprudenz im spätantiken Italien (Berlin 1987).
  • Tellegen-Couperus, Olga, A short history of Roman law (2e dr., London-New York 1993) – eerder als Korte geschiedenis van het Romeinse recht (Deventer 1990).
  • Fögen, Marie Theres, Römische Rechtsgeschichten. Über Ursprung und Evolution eines sozialen Systems (Göttingen 2002).
  • Zwalve, W.J., Beknopte geschiedenis van het Romeins recht (Den Haag 2004).
  • Lampas, tijdschrift voor nederlandse classici 26/5 (1993) – special over vertalen en Romeins recht.
  • Johnston, David (ed.), The Cambridge Companion to Roman Law (Cambridge, etc., 2015) – essays over Romeins recht
  • Du Plessis, Paul, Clifford Ando and Kaius Tuori (eds.), The Oxford Handbook to Roman Law and Society (Oxford, etc., 2016)

Over de “inwendige” geschiedenis zijn er talloze handboeken verschenen. Denk alleen aan de vele Duitse werken der “Pandektistik” (Britz, Dernburg, Vangerow, Windscheid)! Hier enige titels:

  • Mommsen, Theodor, Römisches Staatsrecht (Berlijn 1877; herdr. Graz 1971).
  • Bleicken, Joachim, Die Verfassung der römischen Republik (7e dr., Paderborn 1995)
  • Kaser, Max, Das Römische Privatrecht (2 dln.: I, 2e dr., München 1971; II: 2e dr., München 1975)
  • Kaser, Max, Römisches Privatrecht, Rolf Knütel (ed.) (17e dr., München 1989) – ook als Romeins privaatrecht, vertaling F.B.J. Wubbe (2e dr., Zwolle 1971).
  • Kaser, Max, Das römische Zivilprozessrecht (München 1966).
  • Oven, J.C. van, Leerboek van Romeinsch privaatrecht (3e dr., Leiden 1948).
  • Schulz, Fritz, Classical Roman law (Oxford 1961).
  • Feenstra, Robert, Romeinsrechtelijke grondslagen van het Nederlands privaatrecht (4e dr., Leiden 1984).
  • Spruit, J.E., Cunabula iuris (Deventer 2001).
  • Waelkens, Laurent, Civium causa : handboek Romeins recht (Leuven 2003).

Er bestaan uiteraard over afzonderlijke romeinsrechtelijke teksten allerlei studies, hier enkele recente werken:

  • Ernest Metzger, A Companion to Justinian’s Institutes (Londen 1998).
  • José María Coma Fort, Codex Theodosianus: historia de un texto (Madrid 2014) – ook online (Universidad Carlos III de Madrid; PDF, 3,8 MB).

Belangrijke tijdschriften over Romeins recht zijn:

Sites

Enkele algemene websites over de klassieke Oudheid: