Middeleeuws recht

De Middeleeuwen vormen een tijdvak van duizend jaar, ongeveer van 500 tot 1500. In deze lange periode waren er niet alleen duidelijke regionale verschillen, maar golden er ook verschillende rechtssystemen. In Byzantium gold een vorm van het Romeinse recht, het Byzantijnse recht. Het Romeinse recht werd in West-Europa pas na 1100 weer intensief bestudeerd. De katholieke Kerk ontwikkelde een eigen recht, het canonieke recht, dat na 1100 sterk in omvang en belang toenam. Daarnaast was er plaatselijk en streekgebonden recht, het gewoonterecht. Zo’n streekrecht kon ook in andere streken gaan gelden; een stadsrecht kon het voorbeeld worden voor andere steden. Bovendien waren sommige rechten waren specifiek aan personen of groepen gebonden. In de late Oudheid en de vroege Middeleeuwen werdem verschillende rechtsboeken uitgevaardigd, zoals de Lex Visigothorum. Hofrechten en pachtrecht waren van kracht voor bepaalde personen, terwijl het handelsrecht voor en mede door kooplieden werd ontwikkeld, eer ook daar het Romeinse en kerkelijke recht invloed op uitoefenden. Zowel het Romeinse als het kerkelijke recht boden de mogelijkheid om min of meer absolute rechtsnormen te stellen.

Romeins recht in de Middeleeuwen

Sinds het begin van de 19e eeuw is er heftig gediscussieerd over de herleving van het Romeinse recht. Dit had duidelijk te maken met het prestige van dit recht en met nationale trots, trots hetzij op de eigen, van het Romeinse recht onafhankelijke ontwikkeling, hetzij op de heilzame invloed van dit rechtssysteem uit de Oudheid. Deels blijft het begin van deze opleving nog steeds onduidelijk. Daarbij speelt de vraag mee waaraan men deze opleving wil meten, of dat men volhoudt dat er een ononderbroken continuïteit is vanuit de Late Oudheid. Bij het speuren naar de “terugkeer” van het Romeins recht kan men kijken naar aanhalingen ervan en verwijzingen ernaar, naar de hoeveelheid en datering van handschriften met romeinsrechtelijke teksten, naar onderwijs in rechtsscholen en naar andere bewijzen van bestudering van het Romeinse recht. Het goed en helder formuleren van vragen is ook hier noodzakelijk om tot vruchtbare antwoorden te komen.

  • verwijzingen en citaten: er zijn ook loze, zuiver formulaire citaten die een juridisch document enkel bekrachtigen
  • de vroege handschriften: hun aantal is erg gering, er zijn minder dan honderd handschriften van vóór 1100 bewaard gebleven, maar hun datering is deels nog uit de (vroege) 19e eeuw afkomstig
  • het onderwijs in rechtsscholen: een recent debat over het juridisch onderwijs in Lombardije, bijzonder in Pavia, heeft geleid tot afwijzing van reële continuïteit met het Romeinse recht

Een probleem is het onverwacht opduiken van de complete Digestentekst enerzijds, en anderzijds het feit dat de meest gebruikte tekst in de Middeleeuwen afwijkt van het waarschijnlijk zesde-eeuwse Digestenhandschrift in Florence, de “littera Florentina”.

In de twaalfde eeuw is vooral in Bologna begonnen met intensieve bestudering van de Digesten. Ook de Codex werd bestudeerd. Men plaatste tussen de regels en in de marge commentaar in de vorm van glossen. Met name de Summa Codicis van Azo won in de praktijk snel aan gezag: “Chi non ha Azzo, non vada a palazzo”. De glossen groeiden uit tot complete regelsgewijze commentaren. In de dertiende eeuw bracht Franciscus Accursius de verschillende glossen, inmiddels bijna honderdduizend in getal, bijeen tot een standaardglosse, de Glossa Ordinaria. De bestudering van het canonieke recht in Bologna begon wellicht nog iets vroeger en was zo mogelijk nog intensiever. De rechtsscholen van Bologna vormden het begin van de al snel druk bezochte universiteit (1188). Spoedig ontstonden ook de vaak als lastig ervaren juridische afkortingen. Hoe juridische handschriften eruit zien, toont een online tentoonstelling van het Fitzwilliam Museum te Cambridge.

Na hun studie aan universiteiten als Bologna, Parijs en Montpellier vonden juristen werk in dienst van bisschoppen, vorstelijke hoven, steden en rechtbanken, of zij werden op hun beurt docent aan latere universiteiten. In de dertiende eeuw kwamen er bijvoorbeeld universiteiten in Cambridge, Orléans, Toulouse, Padua, Napels en Salamanca. De eeuw daarop gaat dit verder met steden als Keulen, Heidelberg, Erfurt, Siena, Pisa, Perugia en Dublin, maar ook in Oost-Europa met Wenen, Praag, Krakau en Budapest. In 1425 ontstaat te Leuven de eerste universiteit in de Lage Landen, waar Nicolaas Everaerts studeerde. In de vijftiende eeuw mislukten ook een aantal stichtingen van universiteiten, maar andere bestaan nog steeds.

De juristen traden op als rechter, professor, advocaat of als raadgever. Vaak adviseerden zij rechtbanken. Hun consilium was de basis voor een vonnis. Middeleeuwse rechters spraken vaak enkel een vonnis uit, maar bepaalden zelf niet de uitspraak. Vooral in de Late Middeleeuwen schakelden rechtbanken juristen in om dergelijke adviezen te geven, hier een voorbeeld. Mede om partijdigheid te voorkomen liet men zulke adviezen zo mogelijk van ver komen. Bovendien zijn er ook min of meer “collectieve” consilia van juridische faculteiten. Het Romeinse recht bood de mogelijkheid van een min of meer onafhankelijke standaard, iets wat beslist nodig was gezien de veelheid aan rechtssystemen en rechtsvormen. Bekende juristen schreven commentaren op stedelijke rechtsboeken of kregen de opdracht deze te herzien.

Aan de universiteiten leidde men niet alleen juristen op. Men bestudeerde intensief de oude teksten, de glossen en de nieuwere commentaren. Deze bestudering leidde tot nieuwe leerstukken. De middeleeuwse doctrine droeg bijvoorbeeld veel aan voor het begrip van rechtspersonen, ongerechtvaardigde verrijking, eigendom en contractsluiting. Ook aan het procesrecht, het staatsrecht en aan de politieke begripsvorming droeg men bij. Grote namen onder de “romanisten” zijn onder andere Odofredus de Denariis, Jacques de Revigny, Cino da Pistoia, Bartolus de Saxoferrato, Baldus de Ubaldis en Paulus de Castro.

De bestudering van het middeleeuwse Romeinse recht

In de achttiende eeuw kwamen de eerste pogingen om de geschiedenis van het Romeins recht gedurende de Middeleeuwen te bestuderen. Voorheen bestudeerde men het Romeinse recht met het oog op de praktijk of uit belangstelling voor de Klassieke Oudheid. Beide belangstellingen konden trouwens samengaan. De pogingen uit de Verlichting zijn achterhaald door het eerste grote overzichtswerk, de Geschichte des römischen Rechts im Mittelalter (1821-1830) van Friedrich Carl von Savigny. Voor individuele juristen en universiteiten, met name voor de veertiende en vijftiende eeuw, heeft het echter nog zeker zin oudere historische studies te benutten. Sinds Savigny is er een continue stroom studies in gang gezet.

Het huidige onderzoek heeft een aantal wetenschappelijke centra. In Leiden is een traditie ontstaan met onder andere aandacht voor de middeleeuwse School van Orléans en rechtspraak van de 16e tot de 18e eeuw. In Frankfurt am Main vormt het Max-Planck-Institut für europäische Rechtsgeschichte een formidabel onderzoeksinstituut door de rijke bibliotheek en de verzameling microfilms. Actieve onderzoeksgroepen zijn verder met name die in Rome en Catania. In Leipzig wordt gewerkt aan de actualisering van het eerdere handschriftenoverzicht, de Verzeichnis der Handschriften zum römischen Recht bis 1600 (4 dln., Frankfurt am Main 1972) van Gero Dolezalek en Hans van de Wouw. Men zal nu ook kanonistische handschriften opnemen. In 2012 is in Frankfurt am Main de database Manuscripta Juridica gelanceerd met daarin allereerst de informatie uit de eerste editie.

Het middeleeuws privaatrecht heeft lange tijd meer aandacht gekregen dan het gewoonterecht, het publiekrecht, het strafrecht, het procesrecht, de juridische instellingen en de maatschappelijke context van het recht. Dit wordt weerspiegeld in de wetenschappelijke literatuur en tekstedities.

Een aantal oude edities van het Corpus Iuris Civilis is online raadpleegbaar. Ze bevatten zowel de middeleeuwse glossen, ook in sommige incunabelen, en in latere uitgaven ook commentaar door zestiende-eeuwse humanisten. Enkele voorbeelden van edities na 1500:

  • Corpus Iuris Civilis, AMS Historica, Biblioteca Digitale, Università di Bologna – een digitale versie van de editie Lyon 1556-1558, met een projectbeschrijving
  • Corpus Iuris Civilis, Ames Foundation, Harvard Law School – een digitale versie van de editie Lyon 1604, met de nodige toelichting
  • Corpus Iuris Civilis, Virtuelle Bibliothek, Universität Würzburg – een digitale versie van de editie Lyon 1627

Literatuur

Inleidende werken over middeleeuws “geleerd” recht:

  • Kenneth Pennington, ‘Secular and Roman law’, in: Medieval latin. An introduction and bibliographical guide, F.A.C. Mantello en A.G. Rigg (eds.) (Washington, D.C., 1996) 254-266.
  • Eltjo Schrage en Harry Dondorp, Utrumque Ius. Een inleiding tot de bestudering van de bronnen van het middeleeuwse geleerde recht (Amsterdam 1987) – Duitse vertaling Berlijn 1992; samengevat en bijgewerkt als ‘The sources of medieval learned law’, in: The creation of the ius commune. From casus to regula, John W. Cairns en Paul J. Du Plessis (eds.) (Edinburgh 2010) 7-56.
  • Gérard Giordanengo, ‘Droit romain’, ‘Droit canonique’, in: Jacques Berlioz et alii (eds.), Identifier sources et citations (Turnhout 1994; L’atelier du médiéviste, 1) 121-144, 145-176.
  • G.J.C.C. van den Bergh, Geleerd recht. Een geschiedenis van de Europese rechtswetenschap in vogelvlucht (4e dr., Deventer 1999).
  • F.P.W. Soetermeer, De pecia in juridische handschriften (diss. Leiden 1990) – over het schrijven van juridische handschriften, vertaald en bijgewerkt als Utrumque ius in peciis (Milaan 1997) – Duitse versie Utrumque ius in peciis. Die Produktion juristischer Bücher an italienischen und französischen Universitäten des 13. und 14. Jahrhunderts (Frankfurt am Main 2002).
  • Eltjo Schrage (ed.), Das römische Recht im Mittelalter (Darmstadt 1987) – hierin een bibliografie door Robert Feenstra.
  • Manlio Bellomo, L’Europa del diritto comune (7e dr., Rome 1994) – ook als The common legal past of Europe (Washington 1998).
  • Ennio Cortese, Il rinascimento giuridico medievale (Rome 1992).
  • Ennio Cortese, Le grande linee della storia giuridica medievale (Rome 2000).

Over het opduiken van de Digesten kan men de volgende werken raadplegen:

  • Stephan Kuttner, ‘The revival of jurisprudence’, in: Renaissance and renewal in the twelfth century, R.L. Benson en G. Constable (eds.) (Oxford, etc., 1982) 299-323 – een zeer instructief artikel.
  • Wolfgang Müller, ‘The recovery of Justinian’s Digest in the middle ages’, Bulletin of Medieval Canon Law 20 (1990) 3-30.
  • Giacomo Pace, ‘”Iterum homines querebant de legibus”. Una nota sulla riemersione dei “Digesti” nel medievo’, Rivista Internazionale del Diritto Comune 3 (1992) 221-229.
  • Tammo Wallinga, ‘The continuing story of the date and the origin of the Codex Florentinus’, Subseciva Groningana 5 (1992) 7-19.
  • Wolfgang Kaiser, ‘Zur Herkunft des Codex Florentinus. Zugleich zur Florentiner Digestenhandschrift als Erkenntnisquelle für die Redaktion der Digesten’, in: Sachsen im Spiegel des Recht. Ius Commune Propriumque, Adrian Schmidt-Recla, Eva Kaufmann en Frank Theisen (eds.) (Keulen 2001) 39-57.
  • Charles Radding en Antonio Ciaralli, The Corpus Iuris Civilis in the Middle Ages. Manuscripts and transmission from the sixth century to the juristic revival (Leiden, etc., 2007) – recensie: Wolfgang Müller, Speculum 83 (2008) 1026-1027; Wolfgang Kaiser, Rechtsgeschichte 11 (2007) 182-185; Giovanna Murano, Scriptorium 62 (2008) 177-181.
  • Davide Baldi, ‘Il Codex Florentinus del Digesto e il Fondo Pandette della Biblioteca Laurenziana (con un’appendice dei documenti inediti)’, Segno e Testo 8 (2010) 99-186 – ook online; een samenvatting hiervan op mijn blog, ‘Unravelling the secrets of the Codex Florentinus’.

Meer algemeen inleidende werken die niet alleen op de Middeleeuwen ingaan:

  • Paul Koschaker, Europa und das römische Recht (4e dr., München 1966).
  • Peter Stein, Römisches Recht und Europa. Die Geschichte einer Rechtskultur (Frankfurt am Main 1996) – Engelse versie: Roman law in European history (Cambridge, etc., 1999).
  • J.H.A. Lokin en W.J. Zwalve, Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis (4e dr., Amsterdam 2014).
  • Karl Kroeschell, Deutsche Rechtsgeschichte, I-II (9e dr., Opladen 1989) – uitstekende inleiding met goede bronnenvoorbeelden.

Een belangrijk en uitdagend boek over een belangrijk deel van het Romeinse recht door de eeuwen, behandelt middeleeuws Europa, oud-vaderlands recht en Zuid-Afrika. Het toont wat Romeins recht inhoudt:

  • Reinhard Zimmermann, The law of obligations: Roman foundations of the civilian tradition (2e dr., Oxford 1997).

Encyclopedisch van afmeting, maar deels achterhaald en bekritiseerd vanwege hun concept van rechtsgeschiedenis zijn:

  • Ius Romanum Medii Aevi (circa 40 kleine afleveringen, Milaan 1956-1986) – onvoltooide “Nieuwe Savigny” door een keur van geleerden.
  • Helmut Coing (ed.), Handbuch der Quellen und Literatur der neueren Europäischen Privatrechtsgeschichte (3 delen in 8 banden, München 1973-1988) – deel I: Mittelalter 1100-1500. Die gelehrten Rechte und die Gesetzgebung (1973).
  • Hermann Lange en Maximiliane Kriechbaum, Römisches Recht im Mittelalter (2 dln., München 1997-2007).

De volgende tijdschriften ruimen regelmatig plaats in voor middeleeuws recht:

  • Ius Commune – 1967-2000; uitgegeven door het Max-Planck-Institut für europäische Rechtsgeschichte, Frankfurt am Main; sinds 2000 verschijnt het tijdschrift Rg-Rechtsgeschichte.
  • Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis – sinds 1918, met een Belgisch-Nederlandse redactie; in elke aflevering een overzicht van nieuwe artikelen en bundels.
  • Revue historique de droit français et étranger – sinds 1855.
  • Rivista di storia del diritto italiano – sinds 1928.
  • Rivista Internazionale di Diritto Comune – sinds 1990; met een lopende bibliografie.

Tekstedities

Vooral vanaf de negentiende eeuw zijn er teksten van middeleeuwse juristen kritisch uitgegeven. Hieronder volgt een aantal van deze uitgaven in chronologische volgorde, met waar mogelijk ook vermelding van gedigitaliseerde versies. Het middeleeuwse procesrecht komt apart ter sprake.

  • Rogerii Beneventani de dissensionibus dominorum (…), C.G. Haubold (ed.) (Leipzig 1821).
  • Dissensiones dominorum (…), Gustav Haenel (ed.) (Leipzig 1834; herdruk Aalen 1964) – digitaal in het Internet Archive.
  • Die Lombarda-Commentare des Ariprand und Albertus. Ein Beitrag zur Geschichte des germanischen Rechts im zwölften Jahrhundert, August Anschütz (ed.) (Tübingen 1855; herdruk 1968).
  • Juristische Schriften des früheren Mittelalters, Hermann Fitting (ed.) (Halle 1876) – digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF).
  • Das Florentiner Rechtsbuch, ein System römischen Privatrechts aus der Glossatorenzeit, aus einer Florentiner Handschrift, Max Conrat (Cohn) (ed.) (Berlijn 1882) – digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF).
  • Die Epitome exactis regibus, mit Anhängen und einer Einleitung. Studien zur Geschichte des römischen Rechts im Mittelalter, Max Conrat (Cohn) (ed.) (Berlijn 1884) – digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF).
  • Die Quaestiones des Azo : zum ersten Male aus den Handschriften herausgegeben, Ernest Landsberg (ed.) (Freiburg im Breisgau 1888) – digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF).
  • Die Glossen des Irnerius, Gustav Pescatore (ed.) (Greifswald 1888) – digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF).
  • Die Institutionenglossen des Gualcausus als Entgegung gegen Flach, Hermann Fitting (ed.) (Berlijn 1891) – digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF).
  • Le questiones di Ugolino glossatore, Valentino Rivalta (ed.) (Bologna 1891).
  • Summa Codicis des Irnerius, Hermann Fitting (ed.) (Berlijn 1894) – tegenwoordig Summa Trecensis genoemd; digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF).
  • Quaestiones de iuris subtilitatibus des Irnerius, Herman Fitting (ed.) (Berlijn 1894; herdruk Berlijn 1977) – niet langer aan Irnerius toegeschreven.
  • Summa “Cum essem Mantue” sive de Accionum varietatibus…, Gustav Pescatore (ed.) (Greifswald 1897) – digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF).
  • Lo codi. Teil 1, Lo codi : in der lateinischen Ũbersetzung des Ricardus Pisanus : eine Summa Codicis in provenzalischer Sprache aus der Mitte des XII. Jahrhunderts, Hermann Fitting (ed.) (Halle 1906) – digitaal bij de Bibliothèque Cujas (PDF), en zie verder de Lo Codi-website van Johannes Kabatek te Tübingen.
  • Die Distinctionensammlung des Ms. Bonon. Colleg. Hisp. Nr. 73 (= Festschrift der Universität Greifswald zum Rektoratswechsel am 15. Mai 1913), Gustav Pescatore (ed.) (Greifswald 1913).
  • Juris Interpretes saeculi XIII, Eduard Maurits Meijers (ed.) (Napels 1924).
  • La Glossa Torinese e le altre glosse del MS D. III. 13 della Biblioteca Nazionale di Torino, Alberto Alberti (ed.) ( Turijn 1933).
  • Scritti giuridici preirneriani, Carlo Guido Mor (ed.) (2 dln., Milaan 1935-1938; herdruk Milaan 1980).
  • La Glossa di Casamari alle Istituzioni di Giustianino, A. Alberti (ed.) (Milaan 1937).
  • Responsa doctorum Tholosanorum, E.M. Meijers (ed.) (Haarlem 1938).
  • Studies in the glossators of the Roman law,: newly discovered writings of the twelfth century, Hermann Kantorowicz en W.W. Buckland (ed.) (Cambridge 1938; herdruk 1969).
  • Tractatus duo de vi et potestate statutorum, E.M. Meijers (ed.) (Haarlem 1939) – met een repetitio van Baldus de Ubaldis op Cunctos populos (C. 1.1.1.)
  • Die Summa Vindocinensis. Aus dem handschriftlichen Nachlass von Emil Seckel, Erich Genzmer (ed.) (Berlijn 1939).
  • Pillius Medicensis Quaestiones sabbatinae. Saggio di edizione, Ugo Nicolini (ed.) (2e dr., Modena 1946).
  • Quaestiones de iuris subtilitatibus, Ginevra Zanetti (ed.) (Florence 1958).
  • Peter Weimar (ed.), ‘Tractatus de violento possessore Cum uarie multiplicesque a Pilio Medicinensi compositus’, Ius Commune I (1967) 61-103 – digitaal, Frankfurt am Main.
  • La Summa Institutionum ‘Iustiniani est in hoc opere`, Pierre Legendre (ed.) (Frankfurt am Main 1973).
  • L.J. van Soest-Zuurdeeg, La Lectura sur le titre De actionibus (Inst. 4,6) de Jacques de Révigny (Leiden 1984).
  • Glosse preaccursiane alle Istituzioni, I: Libro primo, strato azzoniano, Severino Caprioli (ed.) (Rome 1984); II: Libro secondo, starto azzoniano Severino Caprioli (ed.) (Rome 2004).
  • Annalisa Belloni, Le questioni civilistiche del secolo XII: Da Bulgaro a Pilio da Medicina e Azzone (Frankfurt am Main 1989)
  • La Glossa di Poppi alle Istituzioni di Giustianino, Victor Crescenzi (ed.) (Rome 1990).
  • Luca Loschiavo, Summa Codicis Berolinensis. Studio ed edizione di una composizione ‘a mosaico’ (Frankfurt am Main 1996).
  • The Casus Codicis of Wilhelmus de Cabriano, Tammo Wallinga (ed.) (Frankfurt am Main 2005).
  • Modi arguendi: testi per lo studio della retorica nella sistema del diritto comune, Severino Caprioli (ed.) (Spoleto 2006).
  • La Summa Trium Librorum di Rolando da Lucca (1195-1234). Fisco, politico, scientia iuris, Emanuele Conte en Sara Menzinger (ed.) (Rome 2012).

Buiten categorie zijn de teksten in de Tractatus universi iuris (22 dln. in 29 banden, Venetiis 1584-1586) – exemplaar Harvard Law School, Harvard University Library – de grootste juridische tractatenverzameling van de zestiende eeuw.

Reprints

  • Placentinus, Summa Codicis (Moguntiae 1536; herdruk Turijn 1962).
  • Placentinus, Summa Institutionum (Moguntiae 1535; herdruk Turijn 1966).
  • Azo, Summa Codicis (Papie 1506; herdruk Turijn 1966) – met ook Hugolinus’ apparatus op de Tres Libri.
  • Azo, Summa Codicis (Venetiis 1581; herdruk Frankfurt am Main 2008).
  • Azo, Lectura super Codicem (…) (Parisiis 1577; herdruk Turijn 1966).
  • Odofredus de Denariis, Lecturae (Lugduni 1550; herdruk Turijn 1967-1969) – Digesten, Codex en Tres Libri.
  • Dinus Mugellanus de Rossonibus, Apostille super Infortiato et ff. novo… (Lugduni 1513; herdruk Bologna 1971).
  • Jacobus de Arena, Commentarii in universum ius civile (Lugduni 1541; herdruk Bologna 1971).
  • Jacobus de Ravanis (Jacques de Revigny), Lectura super Codice (Parisiis 1519; herdruk Bologna 1967 en Frankfurt am Main 1968) – foutief toegeschreven aan Pierre de Belleperche.
  • Jacobus de Ravanis, Lectura Institutionum (Lugduni 1536; herdruk Bologna 1972) – op naam van Pierre de Belleperche.
  • Petrus de Bella Pertica (Pierre de Belleperche), Aureae repetitiones (Parrhysiis 1515) – herdrukt in: idem, Commentaria in Digestum Novum; Repetitiones variae (Bologna 1968).
  • Petrus de Bella Pertica, Commentaria in Digestum Novum (Francofurti ad Moenam 1571) – herdrukt in: idem, Commentaria in Digestum Novum; Repetitiones variae (Bologna 1968).
  • Guillelmus de Cuneo, Lectura super Codice (Lugduni 1513; herdruk Bologna 1968).
  • Jacobus de Belviso, Commentarii in Authenticum et consuetudines feudorum (Lyon 1511; herdruk Bologna 1971).
  • Cinus de Pistoia, In Codicem…commentaria (Francofurti ad Moenam 1578; herdruk Turijn 1964 en Rome 1998).
  • Bartolus de Saxoferrato, Opera omnia (8 dln., Venetiis 1526-1528; herdruk Rome 1998) – ook editie Basel 1562, herdruk in 5 dln., Frankfurt am Main 2007.
  • Baldus de Ubaldis, Consiliorum sive responsorum volumen primum [-sextum] (Venetiis 1575; herdruk in 3 dln., Turijn 1970).
  • Jacobus Butrigarius, Lectura super Codice (Parisiis 1516; herdruk Bologna 1973).
  • Jacobus Butrigarius, Quaestiones (Bologna 1557; herdruk Bologna 1981).
  • Niccolò Spinelli, Lectura Institutionum (Papie 1506; herdruk Sala Bolognese 1978).
  • Niccolò Spinelli, Lectura super tribus libris Codicis (Papie 1491; herdruk Sala Bolognese 1981).
  • Albericus de Rosate, Commentaria in Codicem (Venetiis 1585-1586; herdruk Bologna 1979).
  • Johannes Faber [Runcinus], In Institutiones commentaria (Lugduni 1557; herdruk Frankfurt am Main 1969).
  • Rainerius de Forlivio, Lectura super Digesto Novo (Lyon 1523; herdruk Bologna 1968).
  • Agostino Fontana (ed.), Amphitheatrum legale (4 dln., Parma 1688; herdruk Turijn 1961).

Links